Vooruitgang geboekt IBR/BVD

De melkveehouderij is nu drie jaar op weg met de landelijke aanpak van IBR en BVD. Zowel voor IBR als voor BVD is er vooruitgang geboekt. Er zijn meer IBR- en BVD-vrije en onverdachte bedrijven en ook het aantal nieuwe infecties op bedrijven is gedaald.

Er waren 71 procent IBR-vrije en onverdachte deelnemende melkveebedrijven bij de start in 2018, drie jaar later is dat 77 procent. Voor BVD hadden we 71 procent vrije en onverdachte bedrijven en zijn we naar 84 procent gegaan. Daarnaast zien we een daling in het percentage bedrijven waar op basis van de bewaking de verdenking is voor een nieuwe BVD-infectie. Ook worden er over alle BVD-routes heen procentueel minder BVD-dragers gevonden. Deze gunstige ontwikkeling zien we ook bij IBR waar een halvering is van het aantal tankmelkomslagen, maar waar ook veel minder positieve neusswabs gevonden worden op bedrijven met een klinische verdenking. Klik hier en lees het hele artikel

Effect bestrijding IBR en BVD wordt zichtbaar

De landelijke aanpak voor IBR en BVD is gestart in 2018 en komt voort uit de wens van de Nederlandse rundveehouderij om de dierziekten IBR en BVD uit te roeien. De sector staat op het standpunt dat IBR en BVD niet passen in het streven naar gezonde, duurzame koeien die veilig voedsel produceren. Als eerste stap in deze landelijke aanpak zijn melkveehouders per juli 2018 via voorwaarden van hun zuivelonderneming verplicht om deel te nemen aan de bestrijding van beide ziekten. ZuivelNL is regelinghouder en beheert de protocollen op grond waarvan bedrijven statussen krijgen toegekend. Het effect van de landelijk aanpak wordt inmiddels zichtbaar.

Hier vindt u een toelichting op de stand van zaken inclusief de aandachtspunten voor zowel IBR als BVD.