Bestrijding IBR en BVD wordt verplicht voor rundveehouders

IBR-bestrijding wordt vanaf 1 januari 2023 verplicht voor rundveehouders. Per 2024 wil de kalversector volledig BVD-vrij zijn.

Op 26 januari 2022 schrijft Nieuwe Oogst het volgende: Melkveehouders zijn al vanaf 1 april 2018 verplicht om IBR en BVD te bestrijden bij hun veestapel. Binnenkort geldt dit ook voor de andere rundveesectoren. ‘De kalveraanvoer in de kalverhouderij wordt vanaf 1 januari 2024 volledig BVD-vrij. Dat is besloten in onze Themagroep Diergezondheid & Dierenwelzijn, voorheen DKR’, zegt Eline Vedder, die als bestuurslid van de LTO-vakgroep Melkveehouderij bij de themagroep betrokken is.

Laatste zetje

De reden voor dit besluit is enerzijds om de aanvoer van BVD-vrije en gezondere kalveren te bevorderen en anderzijds ter ondersteuning van het BVD-bestrijdingsprogramma in de totale rundveehouderij. Deze stap zal melkveehouders die nog niet BVD-vrij zijn, het laatste zetje geven om dat toch te worden. Een BVD-vrije kalverhouderij kan alleen als kalverbedrijven uitsluitend nog dieren opzetten van melkvee- en vleesveebedrijven die BVD-vrij of BVD-onverdacht zijn. Kalverhouders mogen daarnaast geen kalveren meer importeren uit landen die niet BVD-vrij zijn. Dit zijn voornamelijk Oost-Europese landen zoals de Baltische staten, Tsjechië en Slowakije.

Oorbiopt

Deze maatregelen kunnen extra druk geven bij melkveehouders die nog niet BVD-vrij of BVD-onverdacht zijn. Zij kunnen hun kalveren nog wel afvoeren als ze via een oorbiopt laten onderzoeken of het desbetreffende kalf BVD-vrij is. Groot is die groep overigens niet. Ongeveer 3,5 procent van de melkveehouders heeft een BVD-onbekende status, terwijl dat in juli 2018 nog ruim 9 procent was. Ook voor vleesveehouders die kalveren leveren aan de vleeskalverhouderij, hebben de aanscherpingen invloed. Zij moeten op tijd met hun dierenarts overleggen hoe ze BVD-vrij of BVD-onverdacht kunnen worden.

Vaccinatieplicht

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bereidt een algemene maatregel van bestuur voor over IBR-bestrijding. Deze wordt besproken met de diersectoren in de Themagroep Diergezondheid & Dierenwelzijn. Vanaf 1 januari 2023 zijn melkvee-, kalver- en vleesveehouders dan verplicht om deel te nemen aan IBR-bestrijding via een wettelijke regeling. ‘Melkveehouders hebben al veel geïnvesteerd om IBR-vrij te worden en dat heeft effect gehad. Bijna 80 procent heeft een gunstige IBR-status. Voor een waterdicht systeem moeten ook de andere rundveesectoren zich inzetten’, vindt Vedder. Zodra de Europese Unie het IBR-bestrijdingsprogramma van Nederland heeft goedgekeurd, stopt ook de kalverimport uit niet-IBR-vrije landen.

Bron: Nieuwe Oogst

Vooruitgang geboekt IBR/BVD

De melkveehouderij is nu drie jaar op weg met de landelijke aanpak van IBR en BVD. Zowel voor IBR als voor BVD is er vooruitgang geboekt. Er zijn meer IBR- en BVD-vrije en onverdachte bedrijven en ook het aantal nieuwe infecties op bedrijven is gedaald.

Er waren 71 procent IBR-vrije en onverdachte deelnemende melkveebedrijven bij de start in 2018, drie jaar later is dat 77 procent. Voor BVD hadden we 71 procent vrije en onverdachte bedrijven en zijn we naar 84 procent gegaan. Daarnaast zien we een daling in het percentage bedrijven waar op basis van de bewaking de verdenking is voor een nieuwe BVD-infectie. Ook worden er over alle BVD-routes heen procentueel minder BVD-dragers gevonden. Deze gunstige ontwikkeling zien we ook bij IBR waar een halvering is van het aantal tankmelkomslagen, maar waar ook veel minder positieve neusswabs gevonden worden op bedrijven met een klinische verdenking. Klik hier en lees het hele artikel