Protocollen IBR en voortgang bestrijding IBR en BVD

Met ingang van 1 april 2018 is de landelijke aanpak van IBR gestart onder verantwoordelijkheid van de Themagroep Rundergezondheid (DKR) die is ingericht om sectorbreed beleid op het vlak van diergezondheid inhoud te geven. Leden van DKR vertegenwoordigen melkveehouders, vleesveehouders, zuivelondernemingen en de vleeskalverenbranche. Tot het moment waarop regelgeving van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in werking treedt, besluiten zij gezamenlijk over de collectieve aanpak van IBR.

ZuivelNL is op verzoek van de partijen in DKR regelinghouder en beheert daarmee de protocollen op grond waarvan bedrijven statussen krijgen toegekend, opgeschort of ingetrokken. De protocollen IBR zijn door ZuivelNL gepubliceerd en HIER in te zien.

De voortgang in de bestrijding IBR en BVD per 29 juli 2018 is HIER in te zien.

Onderzoek op BVD-virus bij verworpen vruchten en doodgeboren kalveren niet meer verplicht

In de protocollen van de vier routes naar BVD-vrij was de verplichting opgenomen verworpen vruchten en doodgeboren kalveren te laten onderzoeken op BVD-virus. De sectorpartijen hebben besloten deze verplichting om te zetten in een dringend advies.

Er was de afgelopen maanden veel discussie over het verplichte BVD-virusonderzoek bij verworpen vruchten en doodgeboren kalveren. Tegen de achtergrond van logistieke en praktische problemen met monstername in sommige omstandigheden en met name de ingewikkelde controle op de naleving, is besloten de verplichting om te zetten in een advies.  De protocollen zijn hierop aangepast. Hier zijn de nieuwste protocollen te vinden.

Dringend advies

Dat het onderzoek niet meer als verplichting geldt, neemt niet weg dat het dringende advies is om het onderzoek wel uit te voeren, omdat het om meerdere redenen een zeer zinvolle maatregel is.

Verwerpen en doodgeboorte zijn bij uitstek een verschijnsel passend bij een BVD-infectie en het vroegst mogelijke signaal. Omdat een BVD-uitbraak vaak klein begint en na geboorte van een drager omvangrijk kan worden, is het voor het bedrijf zelf een signaal om voorzorgsmaatregelen te treffen, zoals vaccineren, om zo grotere problemen te voorkomen.

Opsporing van een BVD-uitbraak wordt vervroegd als verworpen vruchten worden onderzocht en virus wordt aangetoond. Hierdoor wordt de kans kleiner dat een bedrijf ongemerkt virus verspreidt. De bestrijding op het niveau van de sector zal zo sneller verlopen.

Monstername bij een doodgeboren kalf of verworpen vrucht

Het onderzoek van dode kalveren en verworpen vruchten kan op alle bedrijven eenvoudig plaatsvinden door een oorbiopt te nemen met speciale oormerken zonder levensnummer. Veehouders mogen dit oorbiopt nu zelf nemen, maar de dierenarts kan het ook doen, bijvoorbeeld tijdens de visite in het kader van het brucella-onderzoek. Materiaal voor het nemen van oorbiopten bij doodgeboren kalveren en verworpen vruchten is te bestellen bij BFlex en via de webshop van GD.

Protocollen BVD gepubliceerd

Met ingang van 1 april 2018 is de landelijke aanpak van BVD gestart, onder verantwoordelijkheid van de Themagroep Rundergezondheid (DKR) die is ingericht om sectorbreed beleid op het vlak van diergezondheid inhoud te geven. Leden van DKR vertegenwoordigen melkveehouders, vleesveehouders, zuivelondernemingen en de vleeskalverbranche. Zij besluiten gezamenlijk over de collectieve aanpak van BVD. ZuivelNL is op verzoek van de partijen in DKR regelinghouder en beheert daarmee de protocollen op grond waarvan bedrijven statussen krijgen toegekend, opgeschort of ingetrokken.

De protocollen BVD zijn door ZuivelNL gepubliceerd en hier in te zien.

Uitstel overgang oude GD-programma’s

De overgang van de oude GD-programma’s naar de routes van de landelijke aanpak is voor een aantal routes om technische redenen enkele weken uitgesteld. De betreffende deelnemers krijgen medio mei bericht.

Voortgang bestrijding IBR en BVD

ZuivelNL heeft cijfers over de voortgang van de bestrijding IBR & BVD gepubliceerd. Eind april heeft 72 procent van de melkveebedrijven de vrij- of onverdachtstatus voor IBR en eveneens 72 procent voor BVD. Van de overige bedrijven is een flink deel nog in onderzoek; 2 à 3 procent van de bedrijven heeft zich nog niet aangemeld. De cijfers worden periodiek aangepast en zijn hier in te zien.

Landelijke aanpak IBR en BVD formeel gestart

Per 1 april 2018 is de landelijke aanpak van IBR en BVD formeel gestart. Inmiddels heeft het overgrote deel van de melkveehouders zich bij GD aangemeld. De overigen zullen door hun zuivelonderneming nogmaals op de verplichte deelname worden gewezen.

Melkveehouders die eerder al deelnamen aan een IBR- en/of BVD-programma van GD krijgen individueel bericht over de best aansluitende route uit de landelijke aanpak; dat is voor een aantal routes al gebeurd, maar kan in sommige gevallen nog een aantal weken duren. Tot die tijd is het oude programma geldig.

Drie laboratoria toegelaten voor diagnostiek IBR & BVD

De zuivelondernemingen  verenigd in de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO), LTO Nederland en Stichting Brancheorganisatie Kalversector (SBK) willen de dierziekten IBR en BVD aanpakken. Doel is dat alle rundveebedrijven BVD-vrij en IBR-vrij worden met behulp van onder andere laboratoriumdiagnostiek.

Op verzoek van de sectororganisaties beheert ZuivelNL de regeling voor toelating van laboratoria. De ketenorganisatie heeft inmiddels drie laboratoria toegelaten die analyses voor de landelijke aanpak van IBR en BVD kunnen uitvoeren. Het gaat om: Gezondheidsdienst voor Dieren BV (GD), Deventer, www.gddiergezondheid.nl;  Veterinair Laboratorium Gelderland BV (VLG), Epe www.vlg-bv.nl en Lavetan NV, Turnhout, België, www.lavetan.be

Deze drie laboratoria ondersteunen in principe ieder alle IBR- en BVD-routes, maar niet alle analyses (zie ook bijgaand schema). De laboratoria sturen de testuitslagen door naar de centrale databank van ZuivelNL voor beheer van de statussen. Dat betekent dat testuitslagen van verschillende toegelaten laboratoria ook door elkaar kunnen worden gebruikt.

Melkveebedrijven moeten zich voor 1 april 2018 aanmelden voor een bestrijdingsprogramma (routes) voor IBR en BVD. De zuivelondernemingen hebben die verplichting in hun leveringsvoorwaarden en/of kwaliteitsborgingsprogramma’s opgenomen. Naar verwachting komt het ministerie van Landbouw in 2019 met regelgeving die de bestrijding van IBR verplicht stelt voor alle rundveebedrijven.

Voortgang landelijke aanpak IBR/BVD

In de nieuwsbrief van februari meldt ZuivelNL dat de start van de landelijke aanpak per 1 april snel nadert. Voor 1 april dienen melkveebedrijven zich bij GD aan te melden voor een bestrijdingsprogramma voor IBR en voor BVD. Deze verplichting is bij de meeste zuivelondernemingen in de leveringsvoorwaarden opgenomen. Voor de bestrijding zijn een aantal (IBR: 3; BVD: 4) routes mogelijk.

Veehouders die al deelnemen aan een IBR- en/of BVD-programma van GD krijgen individueel bericht over de best aansluitende route uit de landelijke aanpak en een toelichting op de wijzigingen ten opzichte van het bestaande programma.

Veehouders die nog niet deelnemen aan een IBR- en/of BVD-programma wordt geadviseerd eerst een tankmelkonderzoek op IBR-antistoffen en/of een QuickScan BVD uit te laten voeren, om samen met de dierenarts de meest geschikte route te kunnen bepalen. Zo kunnen extra kosten en administratieve lasten van een verkeerde routekeuze worden voorkomen. Snelle actie is wel nodig om tijdig te kunnen starten.

Aanmelding voor een abonnement op één van de routes dient bij GD te gebeuren: op verzoek van ZuivelNL beheert GD de gezondheidsstatussen in het kader van de landelijke aanpak, op basis van uitslagen van laboratorium-analyses en aan- en afvoercontrole via I&R. Voor het laten uitvoeren van de laboratoriumanalyses kunt u een keuze maken uit één van de door ZuivelNL toegelaten laboratoria. Begin maart zal de eerste lijst van toegelaten laboratoria worden gepubliceerd. Indien u BVD-oormerken wilt gaan gebruiken, dient u ook uw oormerk-abonnement tijdig aan te passen.

Meer informatie staat op:

Bron: Nieuwsbrief ZuivelNL februari 2018

Bijeenkomsten voor dierenartsen succesvol

De Stuurgroep Voorbereiding Collectieve Bestrijding IBR en BVD heeft van 15 januari tot en met 15 februari 2018 voor rundveedierenartsen voorlichtingsbijeenkomsten gehouden over alle aspecten van de landelijke aanpak. De opkomst was goed: in totaal zijn de veertien bijeenkomsten door 807 personen bezocht waarvan 800 dierenartsen. Het totale programma werd door 85 procent gewaardeerd als goed of uitstekend. Het bijwonen van een van deze voorlichtingsbijeenkomsten is op verzoek van de partijen die deelnemen aan het CvB Geborgde Rundveedierenarts door de SGD verplicht gesteld. U kunt hier de presentaties bekijken.

Uit het TvD: Voorlichtingsbijeenkomsten Landelijke aanpak IBR en BVD

Onlangs melde het Tijdschrift voor Diergeneeskunde het volgende:

Namens de Vakgroep Gezondheidszorg Herkauwer zijn bestuursleden aanwezig geweest bij de verschillende voorlichtingsbijeenkomsten over de Landelijke aanpak IBR en BVD. Deze bijeenkomsten zijn geïnitieerd vanuit Zuivel NL en worden georganiseerd door de stuurgroep Voorbereiding collectieve bestrijding IBR en BVD. Via verschillende kanalen zijn de afgelopen weken bij VGH/GGL kritische geluiden binnengekomen met betrekking tot de inhoud van de landelijke aanpak IBR en BVD en de opzet en organisatie rondom de voorlichtingsbijeenkomsten. Tijdens de bijeenkomsten is het ontstaan van het bestrijdingsprogramma en de invloed van betrokken partijen toegelicht. Verder zijn de exacte structuur en onderbouwingen van zowel het IBR- als BVD-programma uitgebreid besproken. De sfeer, inhoud en discussie tijdens de bijeenkomsten in Breda, Arnhem en de Try-out in Harmelen zijn door ons als zeer positief en zinvol ervaren.

Tot en met 15 februari 2018 zullen er nog meerdere bijeenkomsten volgen.

Voorlichtingsbijeenkomsten dierenartsen IBR en BVD

De Stuurgroep Voorbereiding Collectieve Bestrijding IBR en BVD heeft besloten per 1 april 2018 te starten met de aanpak van IBR en BVD. Dit geeft een verplichting aan melkveehouders en heeft consequenties voor de IBR- en BVD-programma’s. Het is belangrijk dat dierenartsen veehouders van de juiste adviezen kunnen blijven voorzien.

Daarom houdt de Stuurgroep van 15 januari tot en met 9 februari 2018 voorlichtingsbijeenkomsten voor dierenartsen. Deze bijeenkomsten gaan vooral over:

Het bijwonen van deze voorlichtingsbijeenkomst is op verzoek van de partijen die deelnemen aan het CvB Geborgde Rundveedierenarts door de SGD verplicht gesteld. De geborgde rundveedierenartsen ontvangen van Kiwa VERIN bericht over deze verplichting. Dierenartsen kunnen kosteloos deelnemen aan de bijeenkomsten.

Aanpak van IBR en BVD in volgende fase

Aanpak van IBR en BVD in volgende fase

De Nederlandse rundveehouderij wil de dierziekten IBR en BVD uitroeien. Om dat te realiseren heeft de stuurgroep een landelijke aanpak opgezet. Deze gaat op 1 april 2018 een volgende fase in.

Alleen melkveebedrijven dienen zich, afhankelijk van hun zuivelonderneming, voor 1 april aan te melden voor een bestrijdingsprogramma voor IBR en BVD. De meeste zuivelondernemingen hebben dat in hun leveringsvoorwaarden opgenomen.

Naar verwachting komt het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) vanaf 1 januari 2019 met regelgeving (amvb) voor de bestrijding van IBR, welke geldt voor álle rundveebedrijven. De inzet van de stuurgroep is gericht op een soepele overgang van het huidige bestrijdingsplan naar de landelijke regelgeving. De amvb zal de basis zijn voor het aanvragen van een Artikel-9-status voor IBR bij de Europese Commissie. Nadat de Artikel-9-status is verkregen, gelden ook eisen bij import.

Vleesveehouders worden financieel gestimuleerd om ook deel te nemen aan de bestrijding van BVD. De Stichting Brancheorganisatie Kalversector (SBK) zorgt er uiterlijk twee jaar na de start voor, via het kwaliteitssysteem, dat kalverhouders geen BVD-dragers meer aanvoeren of aanhouden (zowel binnen- als buitenlands).

Rundveebedrijven hebben al grote stappen gezet in de aanpak van IBR en BVD. Gezien het grote aantal vrije en onverdachte bedrijven is het belangrijk de infectiedruk voor IBR en BVD zo snel mogelijk te verlagen. Door de omvang legt de melkveehouderij hiervoor het meeste gewicht in de schaal. De melkveehouderij neemt daarom het voortouw in het vervolg op de bestrijding van IBR en BVD.

Bedrijven kunnen via een aantal routes IBR-vrij en BVD-vrij worden. De kern van de IBR-aanpak op bedrijfsniveau is vaccineren. Bedrijven met een vrijstatus en (tankmelk) onverdachtstatus zijn daarvan vrijgesteld. Voor de bestrijding van BVD is het actief opsporen en afvoeren van BVD-dragers essentieel. Bedrijven met een vrijstatus of onverdachtstatus, op basis van onderzoek op antistoffen of virus, kunnen volstaan met het bewaken van deze status. Bedrijven die deelnemen aan een bestaand programma voor IBR of BVD, kunnen direct instromen in één van de routes van de landelijke aanpak. Op verzoek van de sectorpartijen informeert GD melkveehouders en vleesveehouders in januari rechtstreeks over de verschillende routes en de praktische gang van zaken.

Veehouders kunnen voor het diagnostische onderzoek een keuze maken uit door ZuivelNL erkende laboratoria. In februari 2018 publiceert ZuivelNL de eerste lijst met erkende laboratoria. Laboratoria sturen hun uitslagen door naar een centrale databank. GD beheert de bedrijfsstatussen.

Namens:

Informatie bij: Jos Verstraten (LTO)

Bestrijding IBR en BVD: toelating laboratoria

LTO Nederland, de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) en Stichting Brancheorganisatie Kalversector (SBK) willen de dierziekten IBR en BVD aanpakken. Doel is dat alle rundveebedrijven BVD-vrij en IBR-vrij worden met behulp van onder andere laboratoriumdiagnostiek. Voorzien is de aanpak van IBR en BVD in eerste instantie te baseren op een verplichting voor melkveehouders via de leveringsvoorwaarden van de zuivelondernemingen en via een stimuleringsregeling BVD voor niet-melkleverende bedrijven. Waar toepassing van diagnostiek nodig is, moeten bedrijven gebruik maken van een toegelaten laboratorium.

Lees meer hierover op de website van ZuivelNL.

Nieuwe fase BVD-bestrijding Vlaanderen: maatregelen voor de kalversector

In de berichtgeving van de Dierengezondheidszorg Vlaanderen op 10 augustus 2017 staat dat er met een nieuw koninklijk besluit in Vlaanderen een nieuwe fase aanbreekt in de BVD-bestrijding. Ook voor de vleeskalversector brengt deze nieuwe wetgeving aanpassingen met zich mee. Er zal bijvoorbeeld voor elk geïmporteerd kalf steeds een actie vereist zijn en elke IPI moet binnen 45 dagen na toekennen van het statuut afgevoerd worden. Lees hier het volledige artikel.

Bron: Dierengezondheidszorg Vlaanderen, 10 augustus 2017

Al 8.400 bedrijven in Vlaanderen met IBR-vrijstatus

Dierengezondheidszorg Vlaanderen bericht op 14 juli 2017 dat in Vlaanderen de bestrijding van IBR nog steeds hoog op de agenda staat bij zowel rundveehouders als hun dierenartsen. Inmiddels hebben 8.400 bedrijven een IBR-vrijstatus. Lees hier het volledige artikel.

Bron: Nieuwsbrief Dierengezondheidszorg Vlaanderen, juli 2017

Wettelijk verplichte aanpak van IBR vanaf 2018

In het blad Melkvee van juni 2017 staat vermeldt dat Staatssecretaris Van Dam de bestrijding van IBR met een algemene maatregel van bestuur in de wet gaat verankeren op verzoek van LTO Nederland, NZO, ZuivelNL en de Stichting Brancheorganisatie Kalversector (SBK). Streven is om begin 2018 IBR collectief te bestrijden. Lees hier het volledige artikel.

Bron: Melkvee, nummer 6, juni 2017 (Agrio)

Persbericht: Start uitroeiing IBR en beheersing BVD

Met een verplichte vaccinatie van dieren op verdachte en besmette bedrijven wil de Nederlandse rundveehouderij de dierziekte IBR de komende jaren uitroeien. Ook gaat de sector de dierziekte BVD terugdringen via een beheersingsprogramma. Het initiatief voor de aanpak van beide dierziekten die de rundveesector jaarlijks tientallen miljoenen euro’s schade toebrengen, wordt genomen door Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO Nederland), de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO), ZuivelNL en de Stichting Brancheorganisatie Kalversector (SBK). Met de aanpak van deze aandoeningen willen zij de diergezondheid en het dierenwelzijn verbeteren. Bovendien leidt de aanpak tot een verdere afname van het antibioticagebruik.

Voor de bestrijding van IBR (koeiengriep) heeft de staatssecretaris van Economische Zaken (EZ), op verzoek van de sectorpartijen, besloten regelgeving voor te bereiden, die nodig is voor het kunnen aanvragen van een officiële EU-status voor IBR. Het streven is dat de regelgeving begin 2018 van kracht wordt. De komende maanden wordt de regelgeving uitgewerkt; dan zal ook duidelijk worden wat via de wet en wat privaat zal worden geregeld. Het wordt mogelijk gemaakt dat bedrijven die aantoonbaar IBR-vrij of IBR-onverdacht zijn een vrijstelling krijgen van de vaccinatieplicht. Bedrijven die aantoonbaar IBR-vrij of IBR-onverdacht zijn, kunnen volstaan met het bewaken van deze gunstige status. Dit geldt ook voor bedrijven waar geen kalveren worden geboren, dieren altijd binnen worden gehuisvest en uitsluitend worden afgevoerd naar de slachterij (zoals vleeskalverbedrijven). De kalversector zal in de toekomst alleen IBR-vrije of gevaccineerde kalveren importeren.

Vooralsnog is er voor BVD geen regelgeving vanuit EZ voorzien, onder andere vanwege het ontbreken van een officiële EU-status voor BVD. Mogelijk dat over enkele jaren wél met een uitroeiingsprogramma rond BVD kan worden gestart.

Zuivelondernemingen hebben het voornemen om hun leveringsvoorwaarden per 1 januari 2018 zo aan te passen dat hun leden en/of leveranciers de besmettelijke virusziekte BVD gaan beheersen. Dat kunnen zij doen door runderen die drager zijn van het virus op te sporen en af te voeren. Bedrijven die aantoonbaar BVD-vrij of BVD-onverdacht zijn, kunnen volstaan met het bewaken van de gunstige situatie. Dit betekent dat de melkveesector start met het stellen van eisen via de leveringsvoorwaarden van de zuivelondernemingen en dat de kalversector een aantal zaken op zich neemt lopende het traject zoals het testen van importkalveren uit niet vrije BVD-landen. Door het ontbreken van een kwaliteitssysteem in de vleesveehouderij is het in die sector beperkt mogelijk zaken te regelen. Wel zal een aantal private initiatieven en stimulansen worden ingezet om vleesveehouders te stimuleren BVD op hun bedrijf aan te pakken.

Voor de aanpak van IBR en BVD lopen momenteel vrijwillige bestrijdingsprogramma’s waar respectievelijk 65 en 75 procent van de Nederlandse melkveebedrijven aan deelneemt. Voor overige rundveebedrijven betreft dit respectievelijk tien en vijf procent.

Foqus planet: Deelname programma IBR en BVD verplicht per 1 januari 2018

De Nederlandse rundveesector wil vrij worden van IBR en BVD. De verwachting is dat in het voorjaar van 2017 meer bekend zal worden over een landelijk programma. Onder de voorwaarde dat er een landelijke aanpak volgt, is hierop vooruitlopend in sectorverband afgesproken dat alle melkveebedrijven per 1 januari 2018 deelnemer moeten zijn van een bestrijdingsprogramma voor IBR en BVD. Dit is opgenomen in de basiseisen als essentiële eis. Dit betekent dat leden-melkveehouders die nog niet bij een bestrijdingsprogramma aangesloten zijn, zich in 2017 voor een programma moeten aanmelden. De kijkrichting voor de landelijke programma’s is als volgt: IBR: vrij, onverdacht en enten; BVD vrij, onverdacht en volledig dragersonderzoek. (Bron: Friesland Campina Melkmail, nummer 1, januari 2017)